Fiscale en sociale hervormingen vanaf 1 januari 2026
- Mike
- 30 dec 2025
- 16 minuten om te lezen
Fiscale en sociale hervormingen vanaf 1 januari 2026
Wat u als ondernemer, bedrijfsleider of particulier moet weten
Snel zoeken:
Let op: onderstaande maatregelen zijn gebaseerd op het huidige regeerakkoord en ontwerpteksten. Definitieve wetteksten en overgangsbepalingen kunnen nog wijzigen. In principe geldt: beslissende data tot en met 31/12/2025 vallen onder het oude regime (bv. compromisdatum bij vastgoed).
Vanaf 2026 treedt een omvangrijk pakket fiscale en sociale hervormingen in werking.
De overheid wil hiermee de begroting saneren, arbeid activeren en vermogen sterker belasten.
Deze wijzigingen hebben een directe impact op loon, investeringen, vastgoed, vennootschappen en vermogensplanning.
In deze reeks artikels geven wij als kantoor Creafisc een helder en praktisch overzicht.
1. Vermogen, erf- en schenkbelasting
Dit hoofdstuk behandelt de belangrijkste wijzigingen in de erf- en schenkbelasting.
De focus ligt op nieuwe voordelen voor singles en langstlevende partners, maar ook op de aangescherpte voorwaarden voor familiale vennootschappen.
Vooral wie vermogen overdraagt via een vennootschap of vastgoed bezit, moet zijn planning tijdig herbekijken
1.1 Hervorming van de erfbelasting
Voordeel voor singles en langstlevende partners
De Vlaamse erfbelasting wordt aangepast met als doel meer rechtvaardigheid en flexibiliteit.
Kinderloze singles krijgen meer vrijheid om zelf begunstigden aan te duiden, terwijl de langstlevende partner beter wordt beschermd via verhoogde vrijstellingen.
Deze hervorming vervangt deels bestaande regelingen, zoals de vriendenerfenis
Singlevermindering (nieuw)Kinderloze singles kunnen één of meerdere begunstigden aanduiden die samen tot €100.000 kunnen erven aan verlaagde tarieven:
3% op de eerste €50.000
9% op de volgende €50.000
De bestaande vriendenerfenis verdwijnt, maar wordt inhoudelijk vervangen door deze regeling.
Verhoogd partnerabattement
Vrijstelling op roerende goederen voor de langstlevende partner stijgt van €50.000 naar €75.000
De gezinswoning blijft volledig vrijgesteld
1.2 Strengere voorwaarden voor familiale ondernemingen
Het gunstregime voor familiale vennootschappen blijft bestaan, maar wordt aangescherpt.
Familiale ondernemingen blijven fiscaal ondersteund, maar de toegang tot de gunstregimes wordt strenger afgebakend.
De overheid wil misbruik voorkomen, vooral bij vennootschappen die voornamelijk vastgoed aanhouden.
Een correcte kwalificatie als actieve familiale onderneming wordt daardoor belangrijker dan ooit.
Wat verandert vanaf 1 januari 2026?
Residentieel vastgoed binnen familiale vennootschappen wordt uitgesloten van de gunsttarieven
Op dat deel is schenkbelasting verschuldigd (3% of 7% in Vlaanderen)
Wanneer is een vennootschap “familiaal”?
Familie bezit:
minstens 50% van de stemrechten, of
minstens 30% in combinatie met andere familieleden tot een meerderheid (70% of 90%)
Actieve vs. passieve holdings
Actieve holding: verricht economische activiteiten (bv. intragroepsdiensten zoals boekhouding) → gunstregime mogelijk
Passieve holding: louter aandelenbezit en bestuur → uitgesloten
Uitzondering: rechtstreekse participatie van minstens 30% in een actieve dochtervennootschap (enkel dat deel)
Tijdige analyse is cruciaal om onaangename fiscale verrassingen te vermijden.
Wat betekent dit voor u?
Bent u alleenstaand zonder kinderen? Dan loont het om uw testament te herbekijken: u krijgt meer vrijheid om zelf begunstigden te kiezen tegen een lager tarief.
Heeft u een partner? Dan is de langstlevende beter beschermd, vooral voor roerende goederen en de gezinswoning.
Heeft u een familiale vennootschap met vastgoed? Dan is een tijdige herstructurering cruciaal om hogere erf- of schenkbelasting te vermijden.
Een bestaande planning is niet automatisch toekomstbestendig: een check-up is sterk aanbevolen.
1.3 Verlaagd tarief registratiebelasting (2%) bij aankoop van de enige eigen woning verstrengd
Het verlaagd tarief van 2% registratiebelasting blijft bestaan, maar vanaf 2026 gelden strengere voorwaarden om misbruik met gesplitste aankopen te voorkomen.
Belangrijkste voorwaarden:
Individuele toetsing per koper: bij koppels moet ieder afzonderlijk voldoen; niet-naleving à standaardtarief 12%.
Domiciliëring: binnen 3 jaar na akte en minstens 1 jaar ononderbroken verblijf.
Volle eigendom verplicht: geen splitsing vruchtgebruik/blote eigendom of complexe constructies met familie/vennootschappen.
Enkel natuurlijke personen: enkel voor privéwoning van het gezin; beroepsmatig gebruik altijd aan 12%.
Enige eigen woning of bouwgrond: geen andere woningen of bouwgrond in bezit op moment van aankoop.
Optimalisatie: opsplitsing kadastraal inkomen kan duidelijkheid bieden tussen privé (2%) en beroepsdeel (12%).
Wat betekent dit voor u?
Zorg dat ieder van de kopers voldoet aan de voorwaarden.
Beroepsmatig gebruik correct afbakenen om navorderingen te vermijden.
Koopt u met familie of via vennootschap? Dan komt u meestal niet in aanmerking.
Vooraf advies is cruciaal: kleine fouten kunnen het tarief verhogen van 2% naar 12%.
Bij vragen kan u steeds terecht bij ons, geheel vrijblijvend.
2. Arbeid, loon en sociale maatregelen
In dit hoofdstuk bespreken we de hervormingen die betrekking hebben op werkgevers en werknemers.
De nadruk ligt op meer activering, meer flexibiliteit op de werkvloer en een hertekening van bestaande voordelen.
Tegelijk worden meer verantwoordelijkheid bij ondernemingen gelegd op het vlak van personeelsbeleid, re-integratie en loonstructuren.
Deze maatregelen hebben een directe impact op loonbeleid, personeelsplanning en kostenstructuur.
2.1 Re-integratie langdurig zieken
De overheid wil langdurige afwezigheid door ziekte actief aanpakken.
Werkgevers en ziekenfondsen krijgen meer verantwoordelijkheden om werknemers sneller en geleidelijk terug aan het werk te helpen.
Dit gebeurt via verplichte trajecten, aangepast werk en strengere opvolging.
Verplichte opvolging
Verplichte trajecten na bepaalde ziekteperiodes met oog op geleidelijke terugkeer
Meer verantwoordelijkheid bij werkgevers en ziekenfondsen
Focus op progressieve werkhervatting en aangepast werk
2.2 Arbeidsorganisatie en flexibiliteit
Ondernemingen krijgen meer mogelijkheden om hun werkorganisatie af te stemmen op economische realiteit en piekperiodes.
Tegelijk worden duidelijke spelregels opgelegd om misbruik te vermijden.
Flexibele uurroosters, nachtarbeid en proefperiodes maken hier deel van uit.
Accordeonsysteem (uurroosters) mogelijk om piekperiodes op te vangen, vb. accountants tijdens kwartaal perioden
→ enkel met uitdrukkelijk akkoord van de werknemer
Herinvoering proefperiode (initieel afgeschaft in 2014)
Nachtarbeid mogelijk in alle sectoren:
algemeen: 20u – 6u
uitzondeirng van aparte sectoren distributie & e-commerce: 23u – 6u
2.3 Flexi-jobs (vanaf 1 april 2026)
Wat begon als een steunmaatregel voor de horeca, groeit uit tot een algemeen inzetbaar systeem.
Flexi-jobs worden toegankelijk voor alle sectoren en aantrekkelijker voor werknemers.
Dit biedt bedrijven extra flexibiliteit, maar vereist een correcte toepassing om fiscale risico’s te vermijden.
Uitbreiding naar alle sectoren
Jaargrens verhoogd naar €18.000 (jaarlijks geïndexeerd)
Max. uurloon: €21
Verbod om in dezelfde sector als hoofdberoep te werken wordt afgeschaft
Uurloon max. 150% van het basisloon
Wat betekent dit voor u als ondernemer of werknemer?
Als ondernemer kan u sneller en goedkoper extra werkkrachten inzetten, ook buiten de horeca.
Voor werknemers worden flexi-jobs aantrekkelijker door:
hogere inkomensgrens,
mogelijkheid om in dezelfde sector bij te verdienen.
Vrijwillige overuren zijn fiscaal zeer interessant (bruto = netto), maar enkel binnen de wettelijke plafonds.
Foutieve toepassing kan leiden tot RSZ- en fiscale correcties: begeleiding blijft essentieel.
2.4 Vrijwillige overuren (nieuw stelsel)
Het nieuwe stelsel van vrijwillige overuren moet werknemers toelaten om extra te werken zonder zware fiscale lasten.
Voor werkgevers kan dit een alternatief zijn voor bijkomende aanwervingen, zeker in sectoren met tijdelijke werkdruk.
Vanaf 1 april 2026:
Tot 360 vrijwillige overuren per jaar
Voor 240 overuren:
geen overloon
geen RSZ
geen personenbelasting
bruto = netto
Horeca, toegeving (naar aanleiding van afschaffing korting RSZ bij aanwerving eerste werknemer in dienst):
Plafond verhoogd tot 450 overuren
360 overuren volledig belasting- en bijdragevrij
Wat betekent dit voor u als werkgever?
U krijgt meer flexibiliteit (flexi-jobs, vrijwillige overuren, accordeonsystemen), maar ook meer administratieve en juridische verantwoordelijkheid.
Bij langdurige ziekte wordt van u verwacht dat u actief meewerkt aan re-integratie. Niet handelen kan later worden afgestraft.
De herinvoering van de proefperiode verlaagt het aanwervingsrisico, maar vereist correcte contracten.
Voor sectoren met piekdrukte (zoals accountancy) kunnen deze maatregelen kostenbesparend zijn, mits correct toegepast.
2.5 Mobiliteitsbudget (uitgesteld)
De verplichte invoering van het mobiliteitsbudget wordt uitgesteld.
Het mobiliteitsbudget laat werknemers toe om hun bedrijfswagen in te ruilen voor alternatieve mobiliteits- of woonoplossingen, zoals:
openbaar vervoer of fiets;
mobiliteitsoplossingen op maat;
aflossing van een hypothecaire lening of huur, op voorwaarde dat de werknemer binnen een straal van 10 km van de werkplaats woont.
Belangrijke aandachtspunten:
ondernemingen met minder dan 15 werknemers blijven vrijgesteld van de verplichting;
de verplichte invoering lijkt ten vroegste voorzien vanaf 1 januari 2027, maar is op vandaag nog niet definitief wettelijk vastgelegd.
Wat betekent dit voor u als werkgever?
U hoeft voorlopig geen verplicht mobiliteitsbudget te implementeren, wat extra administratieve lasten uitstelt.
Heeft u een wagenpark? Dan loont het om strategisch vooruit te plannen en werknemers tijdig te informeren over toekomstige alternatieven.
Voor kleinere ondernemingen (<15 werknemers) blijft de impact voorlopig beperkt.
Tegen 2027 kan het mobiliteitsbudget echter een volwaardig onderdeel van het loonbeleid worden
2.6 Horeca: RSZ-voordeel verdwijnt
De horeca wordt geconfronteerd met het wegvallen van een belangrijke loonkostverlaging.
Dit betekent een structurele stijging van de personeelskost, ondanks de uitbreiding van fiscaal gunstige overuren.
Een herziening van personeelsstrategie dringt zich op.
RSZ-korting voor de eerste 5 horecawerknemers verdwijnt volledig vanaf 01/01/2026
Reeds eerdere afbouw:
korting 4e–6e werknemer geschrapt (2024)
korting 1e werknemer verlaagd naar €3.100/kwartaal
Aanzienlijke impact op loonkost in de sector
Wat betekent dit voor u in de horecasector?
De afschaffing van het RSZ-voordeel voor de eerste werknemers zal de loonkosten structureel verhogen.
Tegelijk wordt dit deels gecompenseerd door:
hogere plafonds voor vrijwillige overuren,
een groot aantal overuren zonder belastingen of bijdragen.
Een herziening van personeelsplanning en uurroosters is geen luxe, maar noodzaak.
3. Bedrijfsleidersbezoldiging & vennootschapsbelasting & aftrek personenwagens eenmanszaak versus vennootschap
Dit hoofdstuk gaat dieper in op de nieuwe spelregels voor bedrijfsleidersbezoldiging.
De overheid stuurt aan op hogere lonen voor bedrijfsleiders, maar fiscaal is dit niet altijd de beste keuze.
Een evenwichtige mix tussen loon, dividend en reserves blijft cruciaal.
3.1 Minimumbezoldiging stijgt
Om te blijven genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting, moeten bedrijfsleiders voortaan aan strengere voorwaarden voldoen. Niet alleen het bedrag, maar ook de samenstelling van de bezoldiging wordt belangrijk.
Van €45.000 naar €50.000 (AJ 2027)
Jaarlijkse indexering
Max. 20% voordelen alle aard
Niet voldaan? → 25% vennootschapsbelasting i.p.v. 20%
Sociale bijdragen betaald door de vennootschap vallen buiten de 20%-grens (detailregelgeving af te wachten).
Startende kleine vennootschappen: vrijgesteld gedurende de eerste 4 jaar.
Vermoedelijk zal het DBI-regime (belastingvrij dividenden innen als moedervennootschap van de dochtervennootschap) worden gelinkt aan deze minimumbezoldiging.
3.2 Is meer loon altijd beter?
Een hoger loon betekent niet automatisch een hoger nettovoordeel.
Door de hoge personenbelasting en sociale bijdragen kan een loonstijging fiscaal nadelig zijn.
In veel gevallen blijft winstreservering of dividenduitkering interessanter.
Besparing VennB: 5% op €100.000 = €5.000
Extra loon → personenbelasting tot 50% + gemeentebelasting + RSZ
Vaak is opbouw van liquidatiereserves of VVPR-bis fiscaal interessanter, zie mijn voorgaand mailtje van dd. 19/12/2025.Totale belasting:
34,4% (20% VennB + 18% RV)
38,5% (25% VennB + 18% RV)
versus. 45–50% personenbelasting
3.3 Stijging roerende voorheffing bij VVPR-bis of liquidatiereserve-vennootschappen
Mail van dd. 19/12/2025:
Stijging van de roerende voorheffing op VVPRbis - vennootschappen, opgericht na 01/07/2013 of de liquidatiereserve-vennootschappen
(Voorheen uitkering dividenden aan roerende voorheffing, hierna RV, van slechts 15% waardoor gehele belasting op 32% bedraagt met oude regeling)
Door nieuwe regeling stijgt de belasting wel naar 34,4% vanaf 01/01/2026, door de stijging van RV van 15% naar 18%.
In kader van verhoging roerende voorheffing van 15% naar 18%, dewelke actief zal zijn vermoedelijk maart-april 2026, publicatie, dus geldig vanaf 1ste dag van maand na publicatie (programmawet).
Boekjaren tot 30/12/2025 vallen onder de oude regelgeving.
Boekjaren met kalenderjaar, 31/12/2025 valt onder nieuwe regeling.
In kader van VVPR-bis-regeling, waarbij boekjaar gelijkloopt met kalenderjaar 2025, is het aan te raden om tussentijds- / interim-dividend (indien opgenomen in statuten) uit te keren na 31/12/2025 via BAV (= geen fiscaal misbruik), maar vóór inwerkingtreding voorjaar 2026.
Aangezien in kader van meerwaardebelasting het wettelijk is geregeld voor de waardering per 31/12/2025.
In kader van liquidatiereserven, historisch aangelegde reserves vóór 30/12/2025 vallen onder oude regelgeving, met respectievelijke percentages:
5% na 5 jaar;
6,5% na 3 jaar.
Enkel de nieuwe aangelegde liquidatiereserven per 31/12/2025 zullen onder 9,8% vallen. (Uitkering na 3 jaar, 5 jaar houdt op met bestaan vanaf 2025)
3.4 Aandachtspunten bij controle
De fiscus controleert streng of aan alle voorwaarden is voldaan.
Kleine fouten kunnen grote gevolgen hebben, zoals het verlies van het verlaagde tarief.
Voorzichtigheid en correcte documentatie zijn essentieel
Geen pro rata bij verkort boekjaar, m.a.w. e minimumbezoldiging van €45.000 (of €50.000) geldt volledig, ook als je boekjaar korter is dan 12 maanden.
Verworpen kosten kunnen achteraf problemen geven
Bezoldiging moet naar natuurlijke persoon gaan (geen managementvennootschap)
Wat betekent dit voor u als bedrijfsleider?
Meer loon uitkeren is niet automatisch fiscaal voordelig.
In veel gevallen blijft het opbouwen van reserves (liquidatiereserve / VVPR-bis) interessanter dan een hogere bezoldiging.
De minimumbezoldiging moet correct worden opgevolgd, zeker bij:
meerdere vennootschappen,
verworpen kosten,
verkorte boekjaren.
Een foute keuze kan u duizenden euro’s per jaar kosten.
Optimalisatie is altijd maatwerk, contacteer ons vrijblijvend
3.5 Overzicht van aftrek wagens
Elektrische en waterstofwagens niet langer volledig vrijgesteld van verkeersbelasting / belasting inverkeersstelling (=inschrijving wagen) vanaf 01/01/2026
Overgangsbepaling, bestelling voor 06 oktober 2025 maar inschrijving na 01/01/2026 verkrijgen nog de vrijstelling via aparte vrijstellingsformulieren
Coefficienten:
Diesel = 1
Benzine = 0,95
Brandstof maximaal 50% voor wagens aangeschaft vanaf 01/01/2023
Elektriciteit telkens zelfde percentage als de wagen
3.5.1 Fossiele brandstofwagens zowel eenmanszaak als vennootschap:
3.5.2 Elektrische wagens zowel eenmanszaak als vennootschap:
3.5.3 Hybride wagens zowel eenmanszaak als vennootschap:
Regeling tot 31/12/2025 EZ Regeling vanaf 01/01/2026 EZ
Regeling tot 31/12/2025 & na 01/01/2026 vennootschap
Versus
DUS Hybride wagens kopen na 01/01/2026 ongunstig voor de vennootschappen
DUS Hybride wagens na 01/01/2026 zijn gunstiger voor de personenbelasting bij eenmanszaken
4. Meerwaardebelasting op aandelen (nieuw vanaf 2026)
Met de invoering van de meerwaardebelasting, ook wel solidariteitsbijdrage genoemd, op aandelen verschuift de fiscaliteit duidelijk richting vermogensbelasting.
Hoewel historische meerwaarden beschermd blijven, zal elke toekomstige verkoop grondig moeten worden voorbereid.
4.1 Basisregels
Vanaf 2026 worden meerwaarden op aandelen in principe belast.
De exacte impact hangt af van het tijdstip van verkoop en de aard van het aandeelhouderschap.
Verkoop tot 31/12/2025: belastingvrij
Vanaf 01/01/2026: 10% meerwaardebelasting
Historische meerwaarde (tot 31/12/2025) blijft vrijgesteld
Steeds van toepassing op natuurlijke personen
Valt buiten toepassing;
Lange termijnsparen
Pensioensparen
o Groepsverzekeringen twee pijler zoals een vapz.
De maximale bijdrage voor het VAPZ wordt verhoogd van 8,17% naar 8,50%)
o Roerende inkomsten die reeds zijn belast, bv. Dividend - reeds belasting aan roerende voorheffing van 30%
4.2 Vrijstellingen
Niet elke aandeelhouder wordt op dezelfde manier belast.
Kleine beleggers en ondernemers met een aanmerkelijk belang genieten specifieke vrijstellingen, maar de grenzen zijn scherp afgelijnd.
Abnormaal beheer of interne meerwaarden belastbaar aan 33% onder kwalificatie ‘divers inkomen’
Aanmerkelijk belang ≥20%:
Vrijstelling eerste €1.000.000 per 5 jaar
Particuliere belegger <20%:
o €10.000 per jaar (waarbij je telkens 1.000 mag overdragen max. 5 jaar optelbaar tot €15.000)
o Mogelijk €20.000 per jaar bij gemeenschappelijk vermogen (waarbij je telkens 1.000 mag overdragen max. 5 jaar optelbaar tot 2x €15.000 = €30.000)
Voorwaarde huwelijk stelsel gemeenschap van goederen of – afhankelijk aandelen voor of tijdens het huwelijk bij wettelijk stelsel -, ook al staan de effecten uitsluitend op naam van één van de partners.
Aandeelhouders met 18–19% vallen uit de boot
4.3 Waardering aandelen
De waardering van aandelen vormt de basis voor de belastingberekening.
De wet voorziet standaardmethode, maar laat ook ruimte voor externe waarderingen, met bijhorende risico’s.
Wettelijke forfaitaire methode:
EBITDA × 4 + eigen vermogen
Alternatief: waardering door revisor/accountant (uiterlijk 31/12/2027)
Fiscus mag steeds de externe waardering betwisten, externe waardering gebeurt steeds door een revisor of een gecertificeerd accountant
o De belastingplichtige mag steeds rekening houden met de hoogste waardering
· Waardering minderwaarde steeds zelf aangeven in aangifte personenbelasting, berekening op basis van gemiddelde aankoopkoersen bij meerdere aankopen op verschillende tijdstippen.
Optimalisatie bestaat erin om de meerwaarde per 31/12/2025 zo hoog mogelijk te houden bij verkoop van uw persoonlijke vennootschap
Alsook een optimalisatie door gespreid te verkopen bij particuliere belegging.
Contacteer ons bij interesse, wie weet kunnen wij iets voor u betekenen.
4.4 Schijven meerwaardebelasting
De belasting wordt progressief opgebouwd naarmate de meerwaarde stijgt.
Hierdoor blijft de impact voor kleinere transacties beperkt, terwijl grote exits zwaarder worden belast.
Meerwaarde | Tarief |
€1 – 2,5 mio | 1,25% |
2,5 – 5 mio | 2,50% |
5 – 10 mio | 5,00% |
> 10 mio | 10,00% |
Meerwaardebelasting op aandelen overzicht:
Wat betekent dit voor u als aandeelhouder?
Verkoopt u aandelen vóór 31/12/2025, of begin 2026,dan blijft de historische meerwaarde volledig belastingvrij – enkel de meerwaarde tussen 01/01/2026 & later datum zal belastbaar zijn, al is dit de eerste jaren vrij beperkt of nihil.
Vanaf 2026 wordt vooral timing en participatiepercentage cruciaal:
19% of 20% aandeelhouderspercentage maakt een enorm verschil.
Een voorafgaande waardering van uw vennootschap kan later veel discussie met de fiscus vermijden.
Tijdig plannen kan hier zes cijfers verschil maken, contacteer CreaFisc voor een grondige analyse.
4.5 Keuze opt-in versus opt-out
Keuze opt-in (=Bank houdt 10% op uw meerwaarde in) en opt-out (zelf meerwaardebelasting aangeven), echter zal de bank bij dit laatste een attest bezorgen aan fiscus dat er nog niks werd ingehouden, waarbij met een berekening het verlies 1.000,00 EUR dat je pas achteraf kan terug verrekenen. Zijnde de 10% op vrijstelling per jaar (10.000,00 EUR)
Onderstaande rekenvoorbeeld:
Geen inhouding door bank | Inhouding door bank
| |||||||||||
Opt-out | Opt-in | |||||||||||
1/01/2026 | 100.000,00 | 100.000,00 | ||||||||||
Verkoopdatum | 150.000,00 | 150.000,00 | ||||||||||
meerwaarde | 50.000,00 | 50.000,00 | ||||||||||
Belasting | 4.000,00 | 5.000,00 | ||||||||||
Uitbetaling | 50.000,00 | 45.000,00 | ||||||||||
Belastbaarheid | aangifte AJ 2029 | Bij moment verkoop | ||||||||||
Te betalen? | 4.000,00 | 5.000,00 | ||||||||||
-1.000,00 | 1 jaar later na aangifte personenbelasting pas recht op je teruggave van €1.000 wegens €1.000 te veel betaald | |||||||||||
5. Overige belangrijke maatregelen (selectie)
Naast de grote hervormingen zijn er tal van bijkomende maatregelen die samen een aanzienlijke impact hebben.
Denk aan e-facturatie, mobiliteit, btw-wijzigingen, pensioenen en kleine fiscale optimalisaties die in de praktijk een groot verschil maken:
Auteursrechten IT-sector opnieuw mogelijk (15% belasting, maar 50% kostenforfait verdwijnt – enkel nog van toepassing bij )
Beperkt tot max 30% van je totale vergoeding
“Vinted-vrijstelling” (=verkopen 2de hands) onder normaal beheer: tot €2.000 per jaar vrijgesteld
Boven deze grens zal het nog steeds mogelijk zijn als normaal beheer, al is er geen uitsluitsel ter discussie
Voorafbetalingen:
belastingverhoging afgeschaft vanaf 2026 voor winsten en baten (personenbelasting)
nieuwe Voorafbetaling 5 (tussen 21 december en vóór 20 februari) met 0,5 x basisrente als bonificatie vanaf AJ 2027.
Voor het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) blijft deze belastingverhoging vastgesteld op 6,75 %
De belastingaftrek voor giften wordt verlaagd van 45% naar 30%;
De aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen daalt van 80% naar 50%, zie voorgaand artikel
Toegelaten bestaansmiddelen voor alle kinderen eenvormig vastgesteld op €12.000 AJ 2026
Belastingkrediet eenmanszaken verdubbeling, 10% naar 20% à €3.750 naar maximaal €7.500
Aanslagtermijnen fraude, zowel btw, van 10 jaar teruggebracht naar 7 jaar, net als de bewaartermijn (7jaar) geldig vanaf 01 december 2026
· Het huwelijksquotiënt, een gedeeltelijke overdracht van belastbaar inkomen naar de niet-werkende partner, zal worden verminderd.
Tegen 2029 zal het voordeel voor actieve mensen worden gehalveerd, maar zoals eerder vermeld het voordeel voor gepensioneerden zal over een periode van 20 jaar worden afgebouwd.
· De belastingvrije som stijgt van €10.910 naar €15.600 tegen 2030 i.p.v. 2029, met een eerste stijging vanaf 2026
Bijkomend zal de toeslag op belastingvrije som voor ieder kind ten laste, worden gelijkgeschakeld tegen 2029
· Investeringsaftrek werd recentelijk grondig hervormd, zie hiervoor eerdere wetgeving
BTW-wijzigingen vanaf 1 maart 2026 :
Sport, cultuur en vermaak stijgt van 6% naar 12%
De minimumleeftijd voor het tarief van 16,5% op de eerste schijf van bezoldigingen van jonge sporters wordt verlaagd naar 15 jaar vanaf 2026
Overnachting hotels en camping stijgt van 6% naar 12%
Take-away stijgt van 6% naar 12% (opmerkelijk, “48 uur houdbaarheidsdatum” bepaalt of het kwalificeert als take-away)
Met andere woorden verse producten van bakkers, slagers, frituren, anderen… worden duurder vb. vers af te bakken pizza / vers gebakken wafel / artisanaal ijs aan 12% btw.
Diepvriesproducten zijn dus goedkoper, meeste consumenten zullen dit verkiezen vb. ingevroren pizza Dr. Oetker / Suzy wafel / Cornetto ijs aan 6% btw
Ter compensatie, horecadranken non-alcoholisch daalt van 21% naar 12% btw
Bouwsector, afbraak en heropbouw waarbij 6% slechts toepasselijk was tot 30 juni 2025 wordt opnieuw ingevoerd al zal het verstrengd toepasselijk zijn bij woningen van 175m² i.p.v. de eerdere 200m²
Levering en installatie van warmtepompen komende 5 jaar aan 6% btw
Levering en installatie van verbrandingsketel steeds aan 21% btw
De bijlage 270 MLH (huurbijlage) wordt geschrapt en zal vervangen worden door een minder administratief belastend alternatief.
Schrapping vrijstellingen:
vrijstelling voor sociaal passief
PC-privé plan
vrijstelling meerwaarden op bedrijfsvoertuigen
Bijberoepers zullen meer sociale rechten kunnen opbouwen via toegang tot VAPZ, voordien enkel voorbehouden tot hoofdberoepers.
Verzekeringstaxatie stijgt van 9,25% naar 9,60% (vanaf 01 april 2026)
Later nog te bepalen:
pakjestaks voor niet-Europese zendingen
wetgevend kader voor de werkgever inzake onkostenvergoedingen
een verhoging van de vliegtaks tot €10 per vlucht (ongeacht de afstand)
o Effectentaxatie verdubbelt van 0,15% naar 0,30%
(Van toepassing op de gemiddelde waarde van een effectenrekening vanaf 1 miljoen, berekening per kwartaaldatum op totaal van alles samen, spreiden bij verschillende banken heeft geen zin, maar exclusief aparte geldrekeningen van spaar-en zichtrekeningen worden niet meegerekend)
5.1 Maaltijdcheques
Maaltijdcheques verhoogd tot €10 vanaf 2026, in een latere fase zal dit nog worden opgetrokken tot €12
max. werkgeversbijdrage: €8,91
aftrekbaarheid van €2 naar €4 verdubbelt bij max. bijdrage
Andere cheques (eco, cultuur, geschenk) worden uitgefaseerd
Wat betekent dit voor u als werkgever?
Maaltijdcheques worden aantrekkelijker, maar enkel bij maximale werkgeversbijdrage.
Andere cheques verdwijnen geleidelijk, wat vraagt om:
herziening van loonpakketten,
alternatieven zoals loonoptimalisatie of mobiliteitsvoordelen.
Let op de 20%-grens voordelen alle aard bij bedrijfsleiders worden de sociale voordelen buiten beschouwing gelaten bij aftoetsing van de berekening.
Pensioenmaatregelen vooral vanaf 2027
5.2 Verplichting peppol-facturatie
E-facturatie: boetes tot €5.000 na tolerantieperiode van 3 maand tot 31/03/2026
Wat betekent dit voor uw onderneming?
E-facturatie wordt geen vrijblijvende formaliteit meer:
boetes tot €5.000 zijn mogelijk.
Uw software, facturatieproces en klanten moeten tijdig aangepast zijn, wij kunnen u begeleiden bij dit proces.
5.3 Pensioenhervormingen: gefaseerde invoering vanaf 2026–2027
De meeste pensioenmaatregelen treden pas vanaf 2027 in werking.
Toch zijn er al voorbereidende ingrepen vanaf 2026, met een impact op indexering, pensioenbonussen en belasting van werkende gepensioneerden.
Indexering: vanaf 2026 wordt een verminderde indexering toegepast, vooral voelbaar bij hogere pensioenen.
Pensioenbonus (verder werken na pensioenleeftijd):
opbouw mogelijk tot 31/12/2025 (periode 2024–2025);
vanaf 2026 gelden strengere voorwaarden:
minimum 35 loopbaanjaren;
gemiddeld 156 effectief gewerkte dagen per jaar;
in totaal 7.020 effectief gewerkte dagen over de volledige loopbaan;
5 reservetijdsdagen om eventuele tekorten op te vangen.
Loopbaanvoorwaarden pensioen:
tot eind 2026 volstaan jaren met 104 gewerkte dagen;
vanaf 01/01/2027 stijgt dit naar 156 gewerkte dagen per jaar.
Werkende gepensioneerden:
vanaf 2027 wordt het beroepsinkomen belast aan een vast tarief van 33%,
in plaats van de huidige progressieve tarieven tot 50%.
Belastingvermindering voor pensioenen:
vanaf 2026 lagere belastingvermindering voor hogere pensioenen.
Wat betekent dit voor u?
Overweegt u om langer te blijven werken? Dan is het verstandig om de regelgeving betreft de vernieuwde pensioenbonus te kennen.
Hogere pensioenen zullen minder snel stijgen door beperkte indexering en lagere belastingvoordelen.
Voor werkende gepensioneerden wordt de fiscaliteit eenvoudiger en voorspelbaarder, maar niet noodzakelijk goedkoper.
Tijdige simulatie en planning blijft essentieel om onaangename verrassingen te vermijden.
5.4 Degressief afschrijven opnieuw mogelijk – nog niet gekend vanaf wanneer à wachten met investeringen?
Veel vennootschappen stellen investeringen uit in afwachting van de mogelijke herinvoering van de degressieve afschrijving voor kmo’s.Sinds 1 januari 2020 is degressief afschrijven voor kmo’s niet meer toegelaten en geldt enkel nog lineair afschrijven, pro rata temporis.
De wetgever laat opnieuw degressieve afschrijvingen toe, al is nog niet neergeschreven vanaf welk moment.
Degressief afschrijven betekent afschrijven tegen het dubbele van het lineaire afschrijvingspercentage, toegepast op de boekwaarde en niet op de aanschaffingswaarde.
Hierdoor ligt de afschrijving hoger in de eerste jaren en daalt ze nadien. Zodra de degressieve afschrijving lager wordt dan de lineaire, mag worden overgeschakeld naar lineair afschrijven.
VoorbeeldAankoop machine op 1 januari 2025 voor €10.000:
Lineair (5 jaar): elk jaar €2.000
Degressief:
jaar 1: €4.000
jaar 2: €2.400
jaar 3: €2.000
jaar 4: €1.600
Totale afschrijving blijft in beide gevallen €10.000, maar de timing van de kosten verschilt.
Moet u investeringen dan uitstellen? à Neen. De keuze tussen lineair of degressief afschrijven wordt pas gemaakt bij de afsluiting van het boekjaar.
Voor investeringen in 2025 gebeurt die beslissing pas in het voorjaar van 2026, bij de boekhoudkundige eindejaarsverrichtingen.
Zelfs indien degressief afschrijven pas opnieuw zou worden toegelaten voor investeringen vanaf 1 januari 2026, blijft het verschil louter een timingverschil:
u neemt sneller kosten in het begin, maar op lange termijn is het fiscaal resultaat identiek.
Wat betekent dit voor u?
U hoeft investeringen niet uit te stellen om fiscale redenen.
Economische en strategische overwegingen zijn belangrijker dan de afschrijvingsmethode.
De keuze tussen lineair en degressief afschrijven wordt later gemaakt, niet bij aankoop.
Uw accountant kan bij afsluiting van het boekjaar bekijken wat fiscaal en financieel het meest aangewezen is.
Investeren wanneer het nodig is voor uw onderneming blijft de juiste keuze, de fiscaliteit volgt nadien.
Als kantoor maken wij graag de analyse voor een optimalisatie, vragen kunnen ons worden toegestuurd per mail.
Slot
De fiscaliteit wordt complexer, gefragmenteerder en tijdsgevoeliger.Beslissingen rond investeringen, loon, vennootschapsstructuur en vermogensplanning vereisen voorafgaande analyse.
Maatregel uit het verleden om het begrotingsbudget te vullen, is het niet indexeren van bepaalde fiscaliteitsgrenzen, dewelke opnieuw wordt toegepast.
Voortaan zal er ook datamining op gegevens van het CAP (meldpunt van buitenlandse verzekeringen en rekeningen) worden uitgevoerd zoals de beruchte ‘money control’.
Een gewaarschuwd ondernemer is er vandaag drie waard.
